Veranderingen vennootschapsbelasting

Veranderingen vennootschapsbelasting

Vanaf 1 januari 2021 is de Wet vennootschapsbelasting op enkele onderdelen gewijzigd. Een overzicht van de belangrijkste wijzigingen:

Het Vpb-tarief is in 2021:

Belastbaar bedragTarief
t/m € 245.00015%
meer dan € 245.00025%

Kleinschaligheidsinvesteringsaftrek 2021

Om in 2021 in aanmerking te komen voor de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA) moet u een bedrag tussen € 2.401 en € 328.721 investeren in bedrijfsmiddelen voor uw onderneming. In de tabel vindt u de nieuwe percentages voor deze investeringsaftrek.

Energie-investeringsaftrek 2021

De energie-investeringsaftrek (EIA) is 45,5% als u in 2021 investeert in nieuwe bedrijfsmiddelen die voorkomen op de Energielijst. Het minimale investeringsbedrag is € 2.500 per bedrijfsmiddel. Het totale maximuminvesteringsbedrag is € 126.000.000.

Investeringen kunnen tegelijkertijd in aanmerking komen voor energie-investeringsaftrek en kleinschaligheidsinvesteringsaftrek. Een combinatie van energie-investeringsaftrek en milieu-investeringsaftrek is niet mogelijk.

U moet uw investering vooraf melden bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO.nl)

Milieu-investeringsaftrek 2021

In 2021 is de milieu-investeringsaftrek:

Milieu-investeringMilieu-investeringsaftrek
categorie I36%
categorie II27%
categorie III13,5%

Het minimale investeringsbedrag is € 2.500 per bedrijfsmiddel. In totaal kunt u niet meer dan € 25 miljoen aan investeringen in aanmerking nemen.

Investeringen kunnen tegelijkertijd in aanmerking komen voor milieu-investeringsaftrek en kleinschaligheidsinvesteringsaftrek. Een combinatie van milieu-investeringsaftrek en energie-investeringsaftrek is niet mogelijk.

Meld uw investering vooraf bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO.nl). U bent hiertoe verplicht.

Minimumkapitaalregel voor banken en verzekeraars

Vanaf 1 januari 2020 is er een renteaftrekbeperking voor banken en verzekeraars. Verschuldigde rente op geldleningen is in 2021 niet langer aftrekbaar voor zover het vreemd vermogen meer bedraagt dan 91% van het balanstotaal.

bron: belastingdienst.nl

Vrijstelling schenkbelasting tijdelijk verhoogd in 2021

Het bedrag dat u belastingvrij aan een ander mag schenken gaat in 2021 tijdelijk met € 1.000 omhoog. Dit is besloten vanwege de coronacrisis. Ook de schenkingsvrijstelling voor schenkingen van ouders aan kinderen is met € 1.000 verhoogd.

Voor de schenkbelasting gelden vrijstellingen: tot een bepaald bedrag is een schenking belastingvrij. De hoogte van dit bedrag hangt af van de relatie tussen de schenker en de ontvanger.

De tijdelijk verhoogde vrijstellingen in 2021:

  • U mag € 3.244 belastingvrij schenken aan een ander, bijvoorbeeld uw kleinkind, een vriend of een ondernemer.
  • Ouders mogen € 6.604 belastingvrij schenken aan hun kind.

De verhogingen gelden van 1 januari 2021 tot en met 31 december 2021.

Krijgt u meerdere schenkingen in 2021? Geen probleem
In 2021 mag iedereen u belastingvrij schenken ter waarde van € 3.244. Dit kunnen verschillende personen zijn. Krijgt u een schenking van uw ouders of pleegouders? Dan is dit bedrag € 6.604.

bron: belastingdienst.nl

Verlenging onbelast vergoeden vaste reiskosten

Vanuit Hoogezand Sappemeer, gelegen in de gemeente Midden-Groningen, voeren we ons advies en administratie kantoor

De coronamaatregel dat werkgevers aan hun werknemers een onbelaste vergoeding voor vaste reiskosten kunnen geven, wordt verlengd tot 1 juli 2021. Deze regeling gold aanvankelijk tot 1 april van dit jaar.

Veel werkgevers betalen nog steeds een vergoeding voor vaste reiskosten aan hun werknemers en houden daar geen belastingen op in. Ook wanneer die werknemers vooral thuiswerken. Voorwaarde voor het geven van de onbelaste vergoeding is dat de werknemers deze ook al voor 13 maart 2020 kregen.

Het kabinet verlengt deze maatregel omdat er nog steeds werknemers zijn met kosten die te maken hebben met het reizen voor hun werk. Denk hierbij aan werknemers die vaste kosten hebben van de eigen auto of private leaseauto die zij eerder gebruikten voor woon-werkverkeer. Of aan werknemers die ervoor hebben gekozen hun OV-abonnement te verlengen. Sommige werkgevers gebruiken de reiskostenvergoeding ook als een vergoeding voor thuiswerkkosten.

Het is goed mogelijk dat we in de toekomst meer gaan thuiswerken. Daarom onderzoekt het kabinet voor na de crisis belastingmaatregelen waarmee werkgevers thuiswerkkosten kunnen vergoeden. Daarbij wordt ook gekeken naar de samenhang met bestaande reiskostenvergoedingen.

Dit jaar kunnen werkgevers thuiswerkkosten ook vergoeden via de werkkostenregeling. Deze regeling werd eerder al verruimd voor heel 2021, net zoals vorig jaar. Hierover leest u meer bij Coronamaatregelen: Verruiming vrije ruimte.

bron: belastingdienst.nl

Nieuwe Arbowet: 5 aanpassingen

Voor specifieke vraagstukken werken wij samen met fiscalisten, juristen, advocaten, notarissen, mediators en accountants

De Eerste Kamer heeft ingestemd met het wetsvoorstel om de Arbowet te wijzigen. Dit betekent dat de nieuwe Arbowet op 1 juli 2017 in gaat. De nieuwe Arbowet is vooral gericht op preventie: de regering wil beroepsziekten en arbeidsgerelateerde gezondheidsklachten zoveel mogelijk vermijden. De belangrijkste wijzigingen op een rij.

1. Meer nadruk voor de adviserende rol van de bedrijfsarts
De vernieuwde Arbowet verplicht een overeenkomst tussen werkgever en arbodienstverleners met daarin de manier van ondersteuning vastgelegd. In dit basiscontract staan de volgende punten:

  • de bedrijfsarts kan iedere werkplek bezoeken
  • de bedrijfsarts heeft een klachtenprocedure
  • de bedrijfsarts moet nauw samenwerken met de preventiemedewerker en de OR, personeelsvertegenwoordiging of belanghebbende werknemers
  • de bedrijfsarts honoreert in beginsel het verzoek om een second opinion
  • de bedrijfsarts adviseert over preventieve maatregelen
  • de bedrijfsarts meldt beroepsziekten aan het Nederlands Centrum voor Beroepsziekten.

2. Grotere rol voor ondernemingsraad
De ondernemingsraad krijgt meer zeggenschap. De arbodienst moet voortaan eens per jaar met ondernemingsraad of personeelsvertegenwoordiging om de tafel. De OR krijgt bovendien instemmingsrecht bij de benoeming van de preventiemedewerker.

3. Meer aandacht voor beroepsziekten
De bedrijfsarts krijgt in het basiscontract ruimte om beroepsziekten te melden aan het Nederlands Centrum voor Beroepsziekten. In 2020 volgt een evaluatie. Als uit de evaluatie in 2020 geen verbetering blijkt, wordt een bestuurlijke boete ingevoerd voor niet-melden. De Eerste en Tweede Kamer moeten dit besluit dan nog behandelen.

4. Meer aandacht voor preventie
Het is de bedoeling om met de invoering van deze wet de positie van de preventiemedewerker te versterken en samenwerking met de arbodienstverleners te bevorderen. Daarvoor worden een aantal maatregelen ingevoerd:

  • In de eerste plaats de invoering van een spreekuur voor werknemers door de bedrijfsarts, waarbij werknemers het recht krijgen een bedrijfsarts te kunnen raadplegen nog voordat ze ziek worden.
  • Ook kan een bedrijfsarts de werkvloer bezoeken.
  • Naast de bedrijfsarts heeft de preventiemedewerker een belangrijke rol. De benoeming van de persoon van de preventiemedewerker zal voortaan met instemming van de medezeggenschap plaatsvinden. Hiermee ontstaat een gezamenlijke verantwoordelijkheid: de preventiemedewerker krijgt draagvlak van werknemers en de medezeggenschap is medeverantwoordelijk voor het goed functioneren van de preventiemedewerker.

5. Handhaving
De Inspectie SZW krijgt meer mogelijkheden als het gaat om het handhaven van de regelgeving. Zij gaan ook handhaven op aanwezigheid basiscontract. Bij het niet melden van beroepsziekten kan er een boete worden gegeven.

Bron: XpertHRactueel.nl

Wetsvoorstel onredelijk lange betaaltermijnen MKB’ers en ZZP’ers aangenomen

accountant en administratiekantoor

Kleine leveranciers moeten binnen zestig dagen worden betaald door de grootbedrijven waaraan ze leveren. Bedrijven die deze maximumtermijn overschrijden, kunnen in de toekomst op een boete rekenen. De Tweede Kamer nam 14 februari j.l. het initiatiefwetsvoorstel van CDA en PvdA aan dat dit regelt.

Er zijn grootbedrijven die hun kleine leveranciers te veel als bank gebruiken. Bepaalde grootbedrijven hanteren structureel betaaltermijnen van 90 dagen en soms wel van 120 dagen. Kleine leveranciers kunnen hierdoor in problemen komen. Daarnaast zorgt deze werkwijze van het grootbedrijf er ook voor dat de economie in haar geheel wordt geschaad.

Door het wetsvoorstel worden betaaltermijnen van meer dan 60 dagen van grootbedrijven aan kleine leveranciers van rechtswege nietig verklaard. De betaaltermijn wordt dan omgezet in een norm voor betaaltermijnen, namelijk een betaaltermijn van 30 dagen. Doordat met deze wetswijziging geen enkele discussie meer nodig is over de vraag of betaaltermijnen van meer dan 60 dagen bij deze handelsrelatie wel of niet mogen, zal een gang naar de rechter niet meer nodig zijn om hier uitsluitsel over te krijgen. De rechter komt alleen nog om de hoek kijken indien het grootbedrijf de wet expliciet gaat overtreden en hierbij na 30 dagen de verschuldigde handelsrente niet betaalt.

Bron: Accountancy Vanmorgen